De deur gaat open en tussen het stof daar staat een eenentwintig jaar oud archief, mijn archief. Niet van mijn rekeningen of oude stripblaadjes, niet van de tekeningen van toen ik nog klein was. Geen gedichten, geen teksten. Hoewel hun blauwdrukken allemaal daar zijn, het is wat anders. Ik ben het, mijn archief, mijn leven, mijn hoofd of in ieder geval iets dat mijn hoofd zou kunnen zijn.
Een archief waar de herinneringen de papieren zijn, en de gedachten de vertalers, de brengers en de halers. Ze vullen dat wat allang gevuld is, ze stoppen zichzelf bij oude herinneringen en mengen het tot iets dat het heden lijkt te zijn. Iets wat men dan de waarneming noemt en die waarneming op zijn beurt brengt ons ook weer op gedachten die ons doen waarnemen.
Ooggetuigen, verslagen van ogen, oren, de neus en het hart. En al het andere dat maar iets kan vertellen over die vreemde buitenwereld, worden verwerkt tot iets dat past in een van mijn archiefkasten, in de puzzel die men de persoonlijkheid noemt. Soms wil dat niet. Soms passen waarnemingen niet in de archiefkast, omdat alles wat daar ligt, je gehele zijn is, en dat dan zo anders is dan dat wat je bent tegengekomen, dat wat je op dit moment ervaart. Dat het archief niet weet wat ze ermee moet doen. En dan duurt het en duurt het, want er moet vergadert worden tussen verschillende afdelingshoofden die allemaal wat anders vinden omdat ze hun eigen belangen hebben, hun eigen manieren van ordenen.
De emoties die loeien als sirenes in een brandende stad terwijl hoofden eindeloos vergaderen.
Tijdens zo’n vergadering heb je er altijd iemand tussen zitten die begint met een zacht kuchje en dan, nadat hij een stilte heeft laten vallen in het midden van het gesprek, trekt hij zijn mond langzaam open.
Iedereen in de zaal weet dan al wat er gaat komen en iedereen heeft de zin al duizend keer gehoord, maar het moet gezegd worden, elke keer opnieuw:
“Kunnen we het niet gewoon vergeten, achter ons laten alsof het nooit gebeurt is?’’
“Nee, dat kan niet”, antwoord de wat dikke man in pak die duidelijk wat meer autoriteit heeft.
We vergeten namelijk al te veel. Weet je nog gisteren, je lunch? En die deadline voor de schoolkrant!
Wat moeten we dan? Een nieuwe kast? Een hele nieuwe sector of kan het dan toch met een map af?
De discussie strekt zich uit over de dag. En als het
besluit dan eindelijk genomen is, dan kalmeer je. Want de problemen zijn verdwenen, nou ja, het heeft in ieder geval een plek gekregen en het gaat verder in het verwerkingsproces en dat kan soms jaren duren.
Want mijn herinneringen zijn bij duizenden opgestapeld door een oude wat warrige man, die ergens op mij lijkt. Maar dan grijs en in een kronkelende lijn. Hij woont daar tussen schedel en vlees. Levend van zijn structuur. Levend van de nummers en de ordening.
Die structuur die alles aan elkaar doet hangen. Die ordening die woorden koppelt waar anderen geen verbanden zouden zien. Willen zien, kunnen zien, want hun waarneming is zo anders als de mijne. Niet beter, niet slechter, slechts anders.
Hij staat daar fluisterend in twintig talen waarvan de helft allang is uitgestorven of in onbruik is geraakt. Niemand die zijn manier nog snapt. De ordening van herinneringen, is zijn ordening, zijn bezit. Mijn bezit. Het is chaos voor ieder ander. Maar niet voor mij, want ik vind altijd wel iets wat ik kan gebruiken in mijn zijn en in mijn denken. Iets dat me door deze jungle heen kan helpen die men ook wel studie noemt.
Ik wil het wel aan je uitleggen, je laten zien wie ik ben, hoe ik in elkaar zit en wat mij beweegt, maar dan moet je de tijd nemen. Langer dan hallo en dag, langer dan een glimlach of de praktische verhalen over tentoonstellen: eerder uren dan minuten, eerder dagen dan uren, liever nachten dan dagen, want dit, dit zijn nachtverhalen.
Als mijn hoofd een archief was, dan zouden mijn oudste gedachten alleen nog maar toegankelijk zijn in het donker. Uit angst dat ze verschrompelen, uit angst dat ze het nu niet aan kunnen. Omdat alles beweegt, omdat alles zo veranderd is sinds de laatste keer dat ze voor jou geopend werden.
Daar in het duister waar ze waaien en zwaaien en om hun as draaien totdat iemand als ik ze grijpt, voordat de vergetelheid dat doet, heb ik nu mijn handen vol papieren, die meer gedachten zijn dan feiten. Die hybride herinneringen, die vullen mijn dromen die zoveel bepalen. Ze vullen mijn teksten en mijn gedichten. Maar niet de vele woorden die ik gebruik, niet het ritme van de tekst, niet de opbouw of de spelling. Nee, die vind je niet in het donker. In het donker vind je de diepgang, in de nacht vind je de ziel.
De dag schenkt ons alleen het schijnsel dat het leven zo veel aangenamer maakt, dat bloemen laat bloeien en vogels doet zingen, maar geen vogel zingt zonder zijn ziel, en geen woord dat ooit geschreven werd, is leesbaar zonder dat wat de dag de wereld brengt.
Douwe Jan Schrale.
Je zwemt tussen glimlachen.
In een zee vol met taken.
Overal mensen
Overal vragen.
je hoofd is een rots.
En je gaat recht door zee.
Je weet toch al lang.
Zo veel stres je doet nooit meer mee.
Waar is die ene stekker.
Waar is die nou naartoe?
Dat ene lampje
Kabel knopje..
Schroevendraaier hamer. Suikerspinmachine
Alles rustig in de kom.Over en sluiten
ruist een kwijtgeraakte porto, in het gras
Je glimlacht naar de nestelende mensen.
Flirtend tussen klank en dans.
Bewonderend verwonderd .
Maar jij ?. jij slikt en rent weer door ..
Hoe komt het dat ik de Bas niet hoor.
Waar is die band gebleven die hier net stond.
Waarom heeft die violist een grote mond.
We kunnen haar toch niet betalen..
In stille hoop slenter je naar de backstage.
Waar Vrijwilligers zweven tussen stomende knakworst
Daar je neer tussen de witte bolletjes
slurpende blikjes energie drink En een liefde volle glimlach. B
brengen het vuur weer in je ogen.
Door gaan door gaan, door gaan.
Waar is de Hamer.. waar is de Hamer. Waar is die eindeloze hamer.
de duisternis slaat in. Wc rollen fikken
terwijl jij het laatste lampje aandraait.
De duisternis brengt nog meer schoonheid.
Langzaam sluit de zwarte nacht het park
De laatste lichtjes sterven waar niemand meer mag lopen
Hier en daar wordt al een podium neer gehaalt..
het park wordt weer Emmeloords
Alleen op het vol gelopen middenveld.
Daar waar dansend publiek de kom herkuilt.
tot Polderse proporties waar we trots op kunnen zijn.
Heerst het laatste verzet tegen de stilte.
Het is mooi geweest je kan niet meer.
De mens die deint ook die verdwijnt
Vol warme gevoelens. Naar huis naar haard.
Naar kind naar paard .naar boerderij, naar rijtjeshuis. Naar bed.
Jij niet jij glimlacht en staart naar het vuur.
De vlammen wakkeren je in slaap
Een regen druppel op je hoofd is als een wekker op zondag morgen
Subcos schrikken uit hun rol
Iedereen is in een klap afbreker geworden.
Niks te maren Sneller. Sneller Sneller .
Je voelt hoe iedereen zich voelt.
Een zoals iedereen en je bent blij..
Kappot zoals iedereen en je bent blij
Nat zoals iedereen en je bent blij
Want je hebt het weer geflikt. Net als iedereen.
Je verlangt stiekem al weer naar volgend jaar.
God zei dank duurt het nog een jaar
En kun je nu gaan douchen
Slapen dromen.
net als iedereen.
Eindelijk rust.
In een zee vol met taken.
Overal mensen
Overal vragen.
je hoofd is een rots.
En je gaat recht door zee.
Je weet toch al lang.
Zo veel stres je doet nooit meer mee.
Waar is die ene stekker.
Waar is die nou naartoe?
Dat ene lampje
Kabel knopje..
Schroevendraaier hamer. Suikerspinmachine
Alles rustig in de kom.Over en sluiten
ruist een kwijtgeraakte porto, in het gras
Je glimlacht naar de nestelende mensen.
Flirtend tussen klank en dans.
Bewonderend verwonderd .
Maar jij ?. jij slikt en rent weer door ..
Hoe komt het dat ik de Bas niet hoor.
Waar is die band gebleven die hier net stond.
Waarom heeft die violist een grote mond.
We kunnen haar toch niet betalen..
In stille hoop slenter je naar de backstage.
Waar Vrijwilligers zweven tussen stomende knakworst
Daar je neer tussen de witte bolletjes
slurpende blikjes energie drink En een liefde volle glimlach. B
brengen het vuur weer in je ogen.
Door gaan door gaan, door gaan.
Waar is de Hamer.. waar is de Hamer. Waar is die eindeloze hamer.
de duisternis slaat in. Wc rollen fikken
terwijl jij het laatste lampje aandraait.
De duisternis brengt nog meer schoonheid.
Langzaam sluit de zwarte nacht het park
De laatste lichtjes sterven waar niemand meer mag lopen
Hier en daar wordt al een podium neer gehaalt..
het park wordt weer Emmeloords
Alleen op het vol gelopen middenveld.
Daar waar dansend publiek de kom herkuilt.
tot Polderse proporties waar we trots op kunnen zijn.
Heerst het laatste verzet tegen de stilte.
Het is mooi geweest je kan niet meer.
De mens die deint ook die verdwijnt
Vol warme gevoelens. Naar huis naar haard.
Naar kind naar paard .naar boerderij, naar rijtjeshuis. Naar bed.
Jij niet jij glimlacht en staart naar het vuur.
De vlammen wakkeren je in slaap
Een regen druppel op je hoofd is als een wekker op zondag morgen
Subcos schrikken uit hun rol
Iedereen is in een klap afbreker geworden.
Niks te maren Sneller. Sneller Sneller .
Je voelt hoe iedereen zich voelt.
Een zoals iedereen en je bent blij..
Kappot zoals iedereen en je bent blij
Nat zoals iedereen en je bent blij
Want je hebt het weer geflikt. Net als iedereen.
Je verlangt stiekem al weer naar volgend jaar.
God zei dank duurt het nog een jaar
En kun je nu gaan douchen
Slapen dromen.
net als iedereen.
Eindelijk rust.
En ik ben niet meer dan dat ik ben niet meer dan dat ik denk te zijn. boven al ben ik heel klein, kleiner dan een plush konijn, kleiner dan haar oogjes, haar neusje en haar puntige oortjes maar boven alles kleiner dan haar zachte jasje van vuurrood vossenbont dat ik als een deken draag. maar wat zich vaker als een tent gedraagt als ik de slaap weer vat.
Zie je het niet konijn. Zie je niet hoe groot ik ben. Hoe groots ik ben. hoe hoog ik ben hoe laag ik ben hoe ongelofelijk laag ik ben. Laag bij de grond waar zand de rotsen raakt. laag bij de grond waar ik me zelf tegen kom in de schittering van de zandkorrels.
Daar tussen die Schittering zie ik korrels hagelslag,door mieren gedragen
Of is de slag niets anders dan een mier zonder pootjes.. en draagt nu de levenslustige de zieleloze op zijn rug terug naar het nest, terug om opnieuw bevrucht te worden met passie voor zijn koningin. passie waar elke mier verslaaft aan is. zoete zoete druppels lichaamshoning. lijm voor kolonie slavernij voor de vrije geest.
Ik kan er boven al mijn brood niet mee versieren. Want ik moord geen onschuldige wezens. ook niet per ongeluk
Het is niet hun schuld dat ze op hagelslag lijken.
Zie je het niet konijn. Zie je niet hoe groot ik ben. Hoe groots ik ben. hoe hoog ik ben hoe laag ik ben hoe ongelofelijk laag ik ben. Laag bij de grond waar zand de rotsen raakt. laag bij de grond waar ik me zelf tegen kom in de schittering van de zandkorrels.
Daar tussen die Schittering zie ik korrels hagelslag,door mieren gedragen
Of is de slag niets anders dan een mier zonder pootjes.. en draagt nu de levenslustige de zieleloze op zijn rug terug naar het nest, terug om opnieuw bevrucht te worden met passie voor zijn koningin. passie waar elke mier verslaaft aan is. zoete zoete druppels lichaamshoning. lijm voor kolonie slavernij voor de vrije geest.
Ik kan er boven al mijn brood niet mee versieren. Want ik moord geen onschuldige wezens. ook niet per ongeluk
Het is niet hun schuld dat ze op hagelslag lijken.
februari was niet ijzig koud.
geen bevroren bloemen
in het park.
geen verwaaide picnic mandjes
maar ook geen zonnedeken
die de straat bedekt.
geen bevroren bloemen
in het park.
geen verwaaide picnic mandjes
maar ook geen zonnedeken
die de straat bedekt.
de stad is dof
het mensen hart is breekbaar
de lucht is grauw
het konijnenhok aan stukken.
Ben je me trouw
ben je me eeuwig trouw
ik wil gewoon een huis dier
dat met me leeft
dat met me voelt
dat het altijd goed bedoelt.
Een hond een kat een vrouw een rat.
Een wezen dat wij mij wel begrijpt.
Een wonder bovendien..
geheimen zo gesloten.
Putten vol water.
Mannen komen later.
Stervend aan de groene zon.
licht schijnt op de daken
de mensen zijn gaan kraken
hun lichaam ongemoeid gelaten
altijd om je heen geblaten.
Ik wil wel maar zij wil niet
me liefde vol met staar verdriet
en alles lijkt zo ongewoon
de kracht van het geluidssjabloon
is weg
is weg is weg is weg
Kleine stad in de rook van Amsterdam.
Niet zo klein niet zo stad..
Eilandje van druppels licht.
Pubertijd, pubertijd gehad.
Trapje op trapje af,
kamertje in kamertje uit.
blije gezicht nieuwe gezichten.
Oude dingen, grote zaal
Jonge gedachten Kleine zaal
treintje in treintje uit..
Thuis of niet?
morgen weer..
treintje in treintje uit.
warm onthaal
thuis of niet?
Morgen weer
Niet zo klein niet zo stad..
Eilandje van druppels licht.
Pubertijd, pubertijd gehad.
Trapje op trapje af,
kamertje in kamertje uit.
blije gezicht nieuwe gezichten.
Oude dingen, grote zaal
Jonge gedachten Kleine zaal
treintje in treintje uit..
Thuis of niet?
morgen weer..
treintje in treintje uit.
warm onthaal
thuis of niet?
Morgen weer
